De energietransitie is volop aan de gang—een term die je vandaag overal hoort, en terecht. Vooral in de elektriciteitssector zijn de veranderingen duidelijk zichtbaar. Waar België vroeger sterk afhankelijk was van kernenergie, wordt vandaag al een aanzienlijk deel van onze elektriciteit (>30%) opgewekt uit hernieuwbare bronnen zoals wind en zon.
Voor verwarming—zowel in woningen als in de industrie—staat die transitie echter nog minder ver. Nochtans ligt daar een enorme opportuniteit. In een gemiddelde woning gaat meer dan 70% van de totale energievraag naar ruimteverwarming. Daarbovenop komt ongeveer 15% voor sanitair warm water, 12% voor elektrische toepassingen (zoals verlichting en toestellen), 2% voor koken en slechts 1% voor koeling. (Bron: FOD Economie, Overzicht Belgische Energie Data, februari 2026)
De grootste impact van de energietransitie ligt dus niet alleen bij elektriciteit, maar vooral bij hoe we onze gebouwen verwarmen.
In Vlaanderen bedraagt de totale warmtevraag in de residentiële sector ongeveer 33.000 gigawattuur per jaar, tegenover een koeltevraag van slechts 130 GWh. Ook in andere sectoren blijft warmte de dominante energievraag: de industrie verbruikt jaarlijks meer dan 61.000 gigawattuur, terwijl de dienstensector (tertiaire sector) goed is voor ongeveer 12.000 gigawattuur per jaar. (Bron: VEKA, Rapport Warmtekaartstudie, juli 2024)
Vandaag wordt meer dan 85% van deze warmtevraag nog ingevuld door fossiele brandstoffen zoals aardgas, stookolie en steenkool. Slechts een beperkt aandeel is hernieuwbaar, via toepassingen zoals warmtepompen of biomassa.
De uitdaging is dus aanzienlijk: de verduurzaming van warmtegebruik staat nog maar aan het begin. Net daar ligt een grote kans—en aardwarmte kan een sleutelrol spelen in deze noodzakelijke transitie.
Met HITA zetten we die opportuniteit om in concrete actie. Eén aardwarmtecentrale kan in één beweging jaarlijks tussen de 60 en 120 gigawattuur aan warmtevraag verduurzamen—goed voor het equivalent van 4.000 tot 8.000 woningen.
Om die warmte tot bij de eindgebruiker te brengen, zijn warmtenetten essentieel: ondergrondse leidingnetwerken, vergelijkbaar met het aardgas- of drinkwaternet. In Vlaanderen is de uitrol hiervan vandaag nog beperkt, zeker in vergelijking met onze buurlanden. Daardoor blijft de aansluiting van residentiële wijken op aardwarmte voorlopig economisch uitdagend.
Tegelijk bieden de relatief hoge temperaturen van aardwarmte (typisch 50 tot 100°C) net grote kansen voor sectoren met een continue warmtevraag, zoals industrie en tuinbouw. De grootste meerwaarde ontstaat wanneer één aardwarmtebron meerdere sectoren kan bedienen—van woningen tot diensten, industrie en land- en tuinbouw.
HITA neemt hierin een voortrekkersrol op. We ontwikkelen projecten op locaties waar vraag en aanbod optimaal samenkomen, en waar aardwarmte een directe en significante impact kan hebben op de verduurzaming van warmte.
Onze ambitie is duidelijk: tegen 2030 willen we jaarlijks ongeveer 600 gigawattuur aan warmtevraag verduurzamen—vergelijkbaar met het volledige warmteverbruik van twee centrumsteden zoals Turnhout of Genk